Zicht op Woordblind

De zicht op woordblind sessies richten zich met name op de samenwerking tussen de rechter- en linkerhersenhelft. Als deze samenwerking verstoord is, kun je daarvan bij lees-, schrijf, of rekenactiviteiten last krijgen. Ook kunnen bij deze verstoringen concentratiestoornissen optreden.

Veel kinderen (en volwassenen) worstelen met leer- en concentratieproblemen. Op school lukt het lezen en/of rekenen gewoonweg niet. Of schrijven is een opgave op zich. Dyslexie, dyscalculie ….. het zegt helemaal niets over de intelligentie van je kind, maar hij of zij kan wel steeds meer het idee krijgen dat ze het tóch niet kunnen. Ook op andere vlakken kunnen ze in de knoop komen.

De klachten die hieruit kunnen voortvloeien zijn: faalangst, niet gemakkelijke uit hun woorden komen, snel kwaad of emotioneel worden, boosheid, onmacht, negatief zelfbeeld, stress, slechte motoriek, zich vaak ziek voelen, heel druk zijn of juist heel stil en teruggetrokken. Maar ook pesten of gepest worden.

En zo zijn er vast meer verschijnselen die je als ouder herkent, die terug te leiden zijn naar hoe je kind het doet op school.

Dikwijls blijkt dat in dit soort situaties de samenwerking tussen de beide hersenhelften niet soepel verloopt. Dit is vaak bij kinderen heel herkenbaar maar ook volwassenen kunnen hier regelmatig last van hebben.

Met behulp van spiertesten en eenvoudige bewegingsoefeningen kunnen we de samenwerking tussen beide hersenhelften verbeteren.

We zoeken eerst uit wat voor leertype je kind is. Dat maakt het vaak al een stuk helderder. Is het een ‘linker breiner’ (analyticus) of een ‘rechter breiner’ (creatieveling), moet hij/zij eerst de leerstof horen of zien om het te snappen?
We kijken wat dat voor invloed heeft op het leren.

Vervolgens gaan we met kleine oefeningen en spiertesten de oorzaak van de leerproblemen opsporen en ‘resetten’. Dit wordt door kinderen als fijn ervaren omdat ze direct resultaat zien of voelen.

Soms krijgen ze oefeningen mee voor thuis en/of op school.

Een heel andere manier van denken vinden we bij de beelddenker. In tegenstelling tot de logisch-analytische denker, “ziet” de beelddenker het totale plaatje in een keer. Soms is er zoveel te zien dat het kind er letterlijk “sprakeloos” van wordt: het kan de goede woorden niet vinden, vormt kromme zinnen, is normaal intelligent maar weet dat niet altijd duidelijk te maken. Ook komt het “ineens” met oplossingen zonder dat het kan uitleggen hoe het antwoord tot stand is gekomen. Deze manier van denken vraagt een heel andere benadering van de begeleider.
Tijdens een behandeling worden diverse onderdelen die een rol spelen bij het leren lezen, rekenen en schrijven onder de loep genomen en indien nodig gecorrigeerd.